De laatste grote Rev. Lama Tenzin Norbu stichtte het Tashi Choeling Klooster in het Zuidwesten van de Kyidong in Tibet, toen dit nog een vrij land was. Rinpoche staat bekend bij de volgers van de Drukpa Kargyue Religie van het Tibetaanse Boeddhisme onder de populaire naam als Kyidong Dhungsey Rinpoche. Rinpoche is zowel een Yogi als een Lama. Echter, wanneer de Chinezen Tibet bezetten in 1959, wordt het klooster vernield. Veel Tibetanen laten alles achter om te vluchten naar India, aangezien hun land, hun religie en hun cultuur achtergelaten wordt in ruines. Onder deze vluchtelingen bevond zich Zijne Heiligheid de Dalai Lama.

In zijn ballingschap in India, herstelt Rinpoche de Tashi Choeling Monastery in Dharamsala. Hij zocht naar alle oorspronkelijke monniken, die verspreid door het land zijn geraakt en brengt ze samen om hun kennis van de waardevolle religieuze en culturele praktijken door te geven. Dit zodat de unieke identiteit van Tibet gehandhaafd wordt. Kyidong Rinpoche was de hoofdlama totdat hij in 1988 sterft en sindsdien is het klooster onder leiding van zijn zonen en de oudere monniken.

Het klooster functioneert op de traditionele manier, die is, het citeren van gebeden en het uitoefenen van andere religieuze praktijken door de oudere Tibetaanse monniken, dit sinds de dood van de hoofdlama. Sindsdien zijn er geen nieuwe monniken opgeleid of gerekruteerd. Aangezien de generatie van monniken verder gaat en ze een voor een opgeven ten gevolge van hun oude leeftijd of hun gezondheid, is het klooster achter gebleven met haast geen monniken meer. Het is onmogelijk om nieuwe monniken op te nemen en te trainen, aangezien er geen fondsen voor opleiding zijn en voor basisonderhoud. Deze ongelukkige situatie bedreigt een van de oudste religieuze tradities in het Drukpa Kargyue Sect van het Tibetaanse Boeddhisme.